Ik ben er, net voordat de zon opkomt achter de torens van Angkor Wat. Het is de derde, tevens laatste dag van ‘ontdekkingen’…

En ik ben niet de enige daar. Massa’s volk op de been binnen de poorten van het complex. Ik loop door naar de beste locatie en ga flink met de ellebogen te werk. Het licht is mooi vandaag echter zal de zon nog wel een tijdje op zich laten wachten. En als ie komt heb je zoveel tegenlicht dat de torens vervagen. Gelukkig weet ik dat en vertrek voor de grote volksverhuizing…

Bij de Bayon, binnen de muren van Angkor Thom, is het nog rustig en dat had ik ook wel verwacht omdat iedereen natuurlijk op de zon zit te wachten, twee kilometer terug. Ik loop het gehele complex door, ook naar boven. Want de grote trekpleisters hier zijn de vele torens met de vier gezichten…

De tocht te voet gaat via de Baphuon, dat al jaren in de steigers staat en dus niet fotogeniek, naar de Terrace of the Elephants. De carvings zijn prachtig voor de toeristen. Ik heb mijn bedenkingen of het de tour zal halen of ik zou een kudde levende olifanten moeten inhuren…

Ik ga de toegangspoort binnen op zoek naar de piramide-tempel Phimeanakas. Aan de zuidkant wordt gewerkt aan de steile trap ophoog en aan een platform. Van afstand ziet deze piramide er gaaf uit. Dichterbij ziet het er uit als een ruïne. De nieuwe houten en zeer steile trap aan de westzijde heeft maar een leuning. De terugweg is dan ook met knikkende knieën…

Ver achter de tempel loop ik langs het bijna compleet vergane Royal Palace en Royal Bath. Geen water, wel in het even verderop gelegen Sras Srei en verlaat de ‘koninklijke grond’ via de poort aan de noordzijde…

Het pad door de jungle is verrassend en beschut tegen de zon. Ik kom drie verdwaalde Chinese schonen tegen met de plattegrond in de hand. Ook zij zijn op weg naar Preah Palilay, een ruïne uit de 13e eeuw. Helaas zijn drie bomen, Tetrameles Nudiflora (fromager, zoals de Fransen hebben bedacht…) omgezaagd. De stenen brokstukken van de tempel liggen her en der, velen met prachtig beeldhouwwerk. Het kleine bijgebouw is nog goed in tact en herbergt mooie inscripties…

Ik ben weer terug bij de hoofdweg. De Terrace of the Leper King, het verlengde van de eerder genoemde Terrace of the Elephants, met boven op het plateau een echte nep buddha statue en steek de weg over. Ik ben al zo’n vijf uur aan het wandelen…

De Preah Pithu groep kent bijna geen bezoekers. Een groep tempels waarvan het toch de moeite waard is het te bekijken. En dat deed ik dus ook, alle vijf. Aan diezelfde kant van de weg liggen ook de North en de South Kleang, voorraadschuren uit de 10e eeuw en twaalf bijna identieke zandstenen torens, Prasat Suor Prat (Towers of the Cord Dancers) geheten. Ik loop om de poel heen om de beste shot te maken in de volle zon…
De drie-daagse trip is ten einde en ik heb veel gezien en vastgelegd, ruim 1100 opnames. Samen met eerdere tochten naar Roluos, Banteay Srei, Phnom Bakheng, de South Gate en meerdere bezoeken aan Angkor Wat kan ik de komende tijd wel iets in elkaar zetten. Veel gesjouwd met de camera’s en tas, net of ik een drie-daags hockeytoernooi heb gespeeld, inclusief finale. En op dat moment is het wel lekker een zwembad in de buurt te hebben…
En wat was nu de ‘ontdekking’? Preah Khan, Chapel of the Hospital en Banteay Kdei…